100 jaar tour de france fotografie

Fotografie en wielrennen zijn twee werelden die volop in ontwikkeling zijn. Er wordt veel over wielrennen gesproken, vaak negatief helaas. Wielrennen is zo mooi als je goed kijkt. Ik kijk naar 100 jaar Tour de France en tegelijkertijd ook 100 jaar fotografie.

1906

Het is het jaar 1903. Om 6 over drie ‘middags gaan er zestig wielrenners van start om in zes etappes 2428 kilometer te fietsen. Over slechte wegen en op slechte fietsen. De allereerste winnaar ooit werd Maurice Garin. Het vertrek vond plaats bij Au reveil Matin. Hij won de afstand van 2428 kilometer met een gemiddelde snelheid van 26 kilometer per uur. Als ik mij nu heel erg kwaad maak kan ik dat gemiddelde ook halen op mijn moderne fiets en op veel betere wegen.

1906-2

Nog een foto uit het jaar 1906. Ergens tijdens een etappe. Plaats en datum zijn niet bekend. Evenals de naam van de fotograaf. Fotografisch gezien is de foto interessant om naar te kijken. Er komen bij mij een beetje nostalgische gevoelens boven. Ik vraag me ook af hoe deze foto gemaakt is. Achter op een motor, vanuit een auto? Langs de kant van de weg? Dat laatste lijkt me niet. Camera’s waren toen nog niet snel te bedienen en dan zou de onbekende fotograaf direct na het passeren van de wielrenners de weg op gesprongen moeten zijn. Uiteraard was alles nog in die tijd in zwart wit. De foto’s zien er stuk voor stuk bruinig uit, dat komt echter door de tand des tijds.

1907

Inmiddels is het jaar 1907. De eerste keer dat een wielrenner duidelijk op zijn fiets werd gefotografeerd. Wel al met een typisch wielren stuur zoals we die nu ook kennen, maar zonder versnellingen. Hoe zouden die mannen de bergen zijn over gegaan met slechts één verzet. Waren ze zo sterk? Als ik naar de benen kijk lijkt dat ook wel weer mee te vallen. Zie verder de beperkte scherptediepte van de camera en objectief ondanks dat deze foto met meer dan genoeg licht is gemaakt. Voor- en achterkant fiets zijn niet scherp. Het geeft aan dat het behelpen was met de toen nog niet gevoelige filmmaterialen.

1909

In 1909 werd deze slecht belichte opname gemaakt van de Luxemburgse winnaar Francois Faber. Na 4488km fietsen werd hij op deze wijze gefotografeerd. In dit opzicht is er in 100 jaar niets veranderd. Een slechte belichting blijft een slechte belichting. Tegenwoordig is het veel makkelijker om slechte belichtingen te voorkomen. De materialen zijn nu veel beter en er zijn meer hulpmiddelen als ingebouwde belichtingsmeters, histogrammen en andere instellingen in je camera die helpen een perfecte belichting maken. Of er in 1909 ook belichtingsmeters bestonden heb ik niet kunnen achterhalen. Zeer waarschijnlijk moest de fotograaf destijds puur een belichting inschatting maken op basis van ervaring en bij gebrek aan hulpmiddelen.

1925

Het is inmiddels het jaar 1925. De Tour de France is al een stuk groter gegroeid. Meer deelnemers, meer publiek en nog meer kilometers af te leggen voordat je je winnaar mag noemen. Ook de kwaliteit van de fotografie is met sprongen vooruit gegaan. Bovenstaande foto van winnaar Ottavia Bottechia (Italie) laat veel meer scherpte en detaillering zien. Het is echt opvallend hoeveel beter films en camera’s in 16 jaar tijd zijn geworden. Helaas vermelden de bronnen niet met welke film en apparatuur het gemaakt is.

1930

Dit is de eerste echt actie foto die ik ben tegen gekomen van een wielrenner die komt aanstormen. Het is het jaar 1930. Toen stonden er al massa’s publiek op de bergtoppen. Grappig om te zien dat het niet iets is van de laatste 25 jaren. Ook toen stond men al heel dicht op de passerende wielrenners met zo te zien groot enthousiasme. En dat is één van de grote charmes van het wielrennen. Het feit dat je heel dicht bij je helden kunt komen. Je kunt ze zien, aanraken en misschien zelfs ook wel kunt ruiken. Er werd in die dagen nog niet dagelijks van shirtje gewisseld. Ik denk dat deze foto voor die dagen een erg knappe foto was. Okay, de hoge lichten zijn uitgebeten. Tijd om een belichtingstrapje te maken was er niet. Nee, dat is niet waar, want dat had de fotograaf van tevoren kunnen doen. Alleen zit daar ook meteen een denkfout van mij weer in. Nu kunnen wij ter plekke onze belichting controleren door onze displays achterop onze camera’s. Zeer waarschijnlijk was de fotograaf destijds ervan overtuigd dat dit de juiste belichting was. Hij had nog geen enkele manier om dit te controleren. Hij zat er een beetje naast. Jammer dan. Het is een gave foto. En nu nooit meer zeggen/klagen of denken dat fotografie tegenwoordig moeilijk is. Vroeger, was het nog veel moeilijker.

Als de fotograaf van bovenstaande foto kritisch naar zichzelf zou zijn geweest dan zal hij de volgende keer in ongeveer gelijke omstandigheden iets meer onderbelicht hebben. Geleerd hebbende van bovenstaande belichting dat die iets te licht was. En dan valt er ook met een ouderwets negatief niets meer te redden. Met doordrukken in de donkere kamer red je het niet.

1939

1939, voorlopig de laatste Tour de France voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog. Wederom een foto van een bergetappe. En kijk eens hoe goed deze belichting is. Beter materiaal? Of een betere belichting door de fotograaf? Voor zover ik heb kunnen achterhalen is de foto gemaakt met een Praktiflex. De eerste camera met verwisselbare objectieven en een hoekzoeker. Praktiflex was de voorloper van Practica. Het latere Oost-duitse merk. In 1939 was er echter nog geen Oost Duitsland. Dat ontstond pas een paar jaar later.

1949

Weer 10 jaar later, het is inmiddels 1949 is er een grote revolutie in het wielrennen gaande. Er zijn nu fietsen met derailleurs, goed te zien op de foto wat dus ook weer aangeeft hoe scherp foto’s al zijn geworden. Eerst werd het gebruik van een derailleur als een teken van zwakte gezien. Welke echte man had nu meerdere versnellingen nodig om Frankrijk rond te fietsen? Alleen watjes zouden dat doen. Tot het moment dat men inzag dat het toch wel verrekte handig was om te kunnen schakelen als de wegen zwaar werden. de wind hard waaide of de berg erg steil was. Het is fotografisch wel te vergelijken met de komst van auto focus objectieven. Ook ik was destijds één van de velen die hardop riep dat auto focus allen voor watjes was. Totdat ik er een keer eindelijk voor het eerst mee ging fotograferen. Het zal ergens eind jaren 80 geweest zijn. Nog niet erg lang geleden. Na deze eerste ervaring heb ik op een enkele uitzondering na nooit meer anders gedaan. Waarom moeilijk doen als het ook makkelijker kan. Leve de derailleur en auto focus.

1956

In 1956 worden er voor het eerst kleurenfoto’s gemaakt tijdens de Tour de France. Weer een grote verandering en doorbraak. In principe was er al sinds 1915 de mogelijkheid om in kleur te fotograferen. Dat procédé met drie verschillende films die later samengevoegd moesten worden was echter veel te duur en omslachtig. Het duurde tot de jaren 50 voordat het aantrekkelijk werd om het actief te gaan gebruiken. Precies op het moment dat de drie aparte films werden verwerkt in één film. Overigens is de kwaliteit van bovenstaande foto qua kleuren verassend goed. De eerste periode van zwart/wit was beduidend minder goed. Voor zover ik heb kunnen achterhalen was bovenstaande foto voor gebruik in L’Equipe. Het Franse sportmagazine/krant die er alle belang bij hadden om als eerste ooit een kleurenfoto te maken tijdens de Tour de France.

1968

Als Nederlandse wielren liefhebber en fotograaf mag ik uiteraard de eerste overwinning van een Nederlander in de Tour niet overslaan. Jan Janssen won in 1968. Historie! Maar er is nog iets anders wat het vermelden waard is. Het is de eerste foto in de rijke historie van de tour waarin voor het eerst een invulflits gebruikt zie worden. Sportfotografie gaat vaak gepaard met hoge contrasten. De maker van deze foto heeft als eerste bedacht hoe je hoge contrasten kunt verlagen. Gewoon door te gaan flitsen. Simpel. Je ziet ook nog een schaduw van rechts naar links bij de fiets. Dat is het zonlicht. Zonder flitser zou Jan Janssen nauwelijks herkenbaar geweest zijn. Dus een flitser erbij gebruiken opent een nieuwe wereld aan mogelijkheden. Voorheen weer er veelal met de zon mee gefotografeerd. Vanaf nu kon het ook vanuit andere posities die dynamischer sportfoto’s opleveren. Het zal overigens niet zo’n klein flitsertje geweest zijn. En de flitsers uit die tijd kenden maar één stand. Flitsen! Volle bak. Reed Jan Janssen daarom met een zonnebril op? Omdat hij na de flits van de fotograaf anders niets meer had kunnen zien en ook dus niet had kunnen winnen. Gelukkig had hij waarschijnlijk de flitsende fotograaf verwacht.

1972 1972-2

1972, Eddy Merckx is druk bezig om de beste wielrenner aller tijden te worden. Waar Eddy de beste zal worden is het met kleuren fotografie toen en nu nog steeds lastig. Kijken naar beide gele truien en zie hoe ze van kleur verschillen. En het was dezelfde trui. Kijk ook naar de rechter foto en zie hoe het asfalt magenta kleurt. Er is inmiddels al een hele tijd verstreken sinds de eerste kleurenfoto in de tour gemaakt werd. En toch blijft het fotograferen in kleur een moeizaam proces. Wat dat betreft was en is zwart wit fotograferen makkelijker. Wanneer je in kleur schiet moeten de kleuren kloppen, zeker met een herkenbaar en beroemd fenomeen als een gele trui. Veel kennis en kunde is nodig om in kleur te fotograferen. Toen en nu ook nog steeds.

1982

1982: Sportfotografie wordt langzamerhand creatiever. Door de grote druk op fotografen (concurrentie) en de toenemende vraag naar mooie foto’s. Er zijn meer en meer fotografen die ook de randverschijnselen van de Tour vastleggen. Wielrennen is bij uitstek een sport die zo interessant is om de vele verhalen die het wielrennen zelf gecreëerd heeft. De fotografische techniek, lees films want digitale camera’s bestonden nog niet, ging vooruit en ook het niveau van de fotografen. Gespecialiseerde sportfotografen werden gespecialiseerde wielren fotografen. Een goed voorbeeld daarvan is Cor Vos hij deed bijna niets anders dan wielrennen fotograferen. En sinds kort is er Leon van Bon. Nog niet lang geleden gestopt met wielrennen en nu een verdienstelijk wielren fotograaf.

1994

1994: De hoogtijdagen van kleurfotografie met film. Kleuren zijn beter dan ooit en mits de fotograaf ook een goede belichting maakt kunnen er mooie foto’s gemaakt worden ( in deze foto zit overigens nog wel een redelijke groen zweem, maar die had een goede laborant eruit kunnen filteren). Bovenstaande foto is geen spectaculaire foto, maar technisch bekeken is de foto wel goed. Er valt niets op af te dingen. Digitale camera’s komen er bijna aan maar zijn er nog niet. Fotografie gaat eerdaags vooruit. Het wielrennen helaas niet. Afgebeeld staan wielrenners die allemaal regelmatig uit het verkeerde potje snoepten. Fotografisch was het met film top op dat moment , het wielrennen sloeg om naar een zwarte bladzijde.

2004

In 2004 wint Lance Armstrong opnieuw de Tour. Digitale fotografie bestaat sinds 1995 en begint nu echt serieus goed te worden. Ongeveer net zo goed als film fotografie ooit geweest is. Wat we nog niet weten in 2004 is dat digitale fotografie nog veel beter gaat worden. Hieronder staat een foto in 2008 door mijzelf gemaakt. En hoewel ik fotograaf ben, was ik ik nooit een gespecialiseerd sportfotograaf. Dat is echt een vak apart. De foto is gemaakt met een Fuji S5 Pro, een camera die alles behalve geschikt is voor sportfotografie met zijn 1,5 beeld per seconde. Dat is echter niet zo belangrijk want je moet als fotograaf gewoon op het juiste moment afdrukken en de juiste belichting maken en graag ook nog zorgdragen voor hele mooie en getrouwe kleuren. Het is allemaal voor te bereiden.

2008

En inmiddels zijn we weer een aantal jaren later. En het leuke aan wielrennen en digitale fotografie is dat beiden vooruit blijven gaan en beiden zijn zeer sociaal. Goede foto’s maken is inmiddels voor een ieder bereikbaar en iedereen kan het doen. Wielrenners, hoe groot en beroemd ook, iedereen kan ze spreken, zien en eventueel aanraken. Ik ken niet veel gebieden die zo sociaal zijn als deze twee. Iedereen kan het, zelfs met een mobieltje. Niemand wordt buiten gesloten. En dat is het mooie aan fotografie en wielrennen.

2004-2

Nog één laatste van mijzelf. Omdat ik er wel fier op ben. Klein kijken leer ik al mijn cursisten. En ja, dit had ik gezien, die kapotte knie. En het lukt ook nog om dit met een zeer langzame, maar wel goede, Fuji S5 Pro vast te leggen. Kwestie van weten wat je doet en als ik het kan, dan moet iedereen dit kunnen. Want fotografie is niet meer moeilijk.

Wielrennen en fotograferen hebben zich beiden ontwikkelt. Het wielrennen gestaag en met fotografie ging het met horten en stoten, maar de laatste 10 jaar gaat het heel erg snel. Zo snel dat iedereen het zou kunnen maken of leren maken, omdat het niet echt meer aan de fotografische materialen kan liggen. Die zijn zo enorm goed geworden. Je kunt het zelf zien in deze Patrick Kijkt blog. Je ziet waar het begonnen is met Tour de France fotografie en je kunt ook zien waar we nu staan. Wat een gigantische ontwikkeling.